Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
4.Bewijsoverwegingen
e bruikbaarheid van het analyseresultaat.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een rechtspersoon die als manager van een schip onder Tuvaluaanse vlag heeft gevaren in de haven van Rotterdam en brandstofolie met een zwavelgehalte van 0,32% heeft gebruikt, wat boven de toegestane norm ligt. De verdachte werd verweten opzettelijk deze brandstof te hebben gebruikt, wat zij ontkende en stelde dat zij niet degene was die het schip daadwerkelijk voer.
De rechter oordeelde dat de verdachte als manager verantwoordelijk was voor de naleving van milieuregels en daarmee ook voor het gebruik van brandstof met een te hoog zwavelgehalte. De analyse van de brandstofmonsters was bruikbaar ondanks een vormfout bij de bevestiging van de zegels, omdat er geen aanwijzingen waren voor contaminatie en de verdachte geen contra-expertise had aangevraagd.
De verdachte werd vrijgesproken van opzet omdat niet kon worden bewezen dat zij willens en wetens het risico had aanvaard. Wel werd vastgesteld dat zij de overtreding beging door het gebruik van brandstof die niet voldeed aan de wettelijke eisen. De rechter legde een geldboete van €5.000 op, met als doel de verdachte te stimuleren toekomstige overtredingen te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van opzet en veroordeeld tot een geldboete van €5.000 wegens overtreding milieuregels.