Verdachte, kapitein van een schip varend onder Tuvaluaanse vlag, werd beschuldigd van het gebruik van brandstofolie met een zwavelgehalte van 0,32% in de haven van Rotterdam, wat hoger is dan de toegestane 0,1%. Monsters genomen op 8 november 2018 toonden dit zwavelgehalte aan. De verdediging voerde aan dat de analysemethode niet voldeed aan de nieuwste EU-richtlijnen en dat opzet ontbrak omdat verdachte vertrouwde op de bunker delivery notes.
De rechtbank oordeelde dat ondanks enkele procedurele tekortkomingen in de monsterverzegeling, de betrouwbaarheid van de analyse niet in twijfel kon worden getrokken. De verdachte had geen bewijs geleverd dat hij bewust was van het te hoge zwavelgehalte en dat hij het risico willens en wetens had aanvaard. Daarom werd het opzet verworpen en werd verdachte vrijgesproken van de misdrijfvarianten.
Wel werd vastgesteld dat verdachte het schip had laten varen met brandstofolie die het toegestane zwavelgehalte overschreed, hetgeen strafbaar is als een voortgezette handeling. Gelet op de omstandigheden werd een geldboete van €950 opgelegd, verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Publicatie van het vonnis werd niet bevolen.