Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechterkort geding
de besloten vennootschap CBRE DRET Custodian I B.V.
1. [gedaagde 1]
2. de besloten vennootschap F&B Plein 40/45 B.V.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Uitgangspunten
“Het is akkoord. […] Huurder wordt F&B plein 40/45 BV IO”.
“Huurder is voornemens een besloten vennootschap op te richten, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [gedaagde 1] […] Tot de datum van oprichting van de besloten vennootschap is de heer [gedaagde 1] voor 100% aansprakelijk voor de verplichtingen voortvloeiende uit de huurovereenkomst. Deze besloten vennootschap dient maximaal binnen 3 maanden na de huuringangsdatum te zijn opgericht.De exacte entiteit van huurder zal worden vastgelegd in een separate allonge, welke als onverbrekelijk geheel deel uit zal maken van deze huurovereenkomst.
Hierna te noemen: ‘huurder’”.
“Deze huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van 15 (vijftien) jaar ingaande op 1 september 2019 of zoveel eerder of later als de gemeente haar onherroepelijke goedkeuring heeft gegeven tot het voeren van een Mado concept […]. De datum van het verkrijgen van de onherroepelijke goedkeuring gemeente zal gelden als definitieve datum, zijnde ingangsdatum van het aangaan van de huurovereenkomst”.
“Nadat verhuurder in het bezit is van deze getekende huurovereenkomst, ontvangst door verhuurder van de eerste volledige betalingsverplichting als bedoeld in artikel 4.9 en de bankgarantie krijgt huurder beschikking over het gehuurde.”
“Telkens indien een uit hoofde van de huurovereenkomst door huurder verschuldigd bedrag niet prompt op de vervaldag is voldaan, verbeurt huurder aan verhuurder van rechtswege per kalendermaand vanaf de vervaldag van dat bedrag een direct opeisbare boete van 1% van het verschuldigde per kalendermaand, waarbij elke ingetreden maand als een volle maand geldt, met een minimum van € 300 per maand. […]”
“In alle gevallen waarin verhuurder een sommatie, een ingebrekestelling of een exploot aan huurder doet uitbrengen, of in geval van procedures tegen huurder om deze tot nakoming van de huurovereenkomst of tot ontruiming te dwingen, is huurder verplicht alle daarvoor gemaakte redelijke kosten, zowel in als buiten rechte – met uitzondering van de ingevolge een definitieve rechterlijke beslissing door verhuurder te betalen proceskosten – aan verhuurder te voldoen. De gemaakte redelijke kosten worden tussen partijen bij voorbaat vastgesteld op een bedrag dat als volgt wordt berekend: 15% over de hoofdsom met een maximum van € 15.000. […]”.
“Naar aanleiding van uw afspraak met de heer [naam 2] van makelaarskantoor KroesePaternotte van 20 september jl. brengen wij middels dit schrijven het volgende bij u onder de aandacht.
Vordering in conventie
€ 300,- per maand voor iedere separate huurbetaling per 1 november 2020 die [gedaagde 1] , althans F&B, op basis van de huurovereenkomst nog verschuldigd zal worden en die niet en/of niet tijdig en/of niet volledig is voldaan aan CBRE;