AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Onverbindendverklaring verbod op vakantieverhuur in Amsterdam wegens strijd met Huisvestingswet 2014
De gemeente Amsterdam stelde met het aanwijzingsbesluit van 30 juni 2020 drie wijken aan als gebieden waar vakantieverhuur verboden is vanwege hoge toeristische druk en verminderde leefbaarheid. Eiseres betoogde dat de Huisvestingswet 2014 geen grondslag biedt voor een dergelijk verbod en dat alleen de gemeenteraad bevoegd is om een dergelijk verbod in te stellen. De rechtbank toetste het verbod aan de Huisvestingswet 2014 en concludeerde dat de wet alleen een vergunningplicht voor onttrekking van woonruimte kent, maar geen ruimte laat voor een totaalverbod op vakantieverhuur in bepaalde wijken.
De rechtbank benadrukte dat het verbod niet als vergunningsvoorwaarde kan worden gezien en dat de Wet toeristische verhuur van woonruimte (in werking getreden op 1 januari 2021) expliciet ruimte biedt voor een dergelijk verbod, wat de afwezigheid daarvan in de Huisvestingswet 2014 bevestigt. De rechtbank stelde dat andere instrumenten, zoals het stellen van quotums of aanpassing van bestemmingsplannen, mogelijk zijn om leefbaarheid te beschermen.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiseres gegrond, vernietigde het aanwijzingsbesluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Hierdoor werd het verbod op vakantieverhuur in de drie wijken ongeldig verklaard. Het arrest benadrukt de noodzaak van een wettelijke grondslag voor ingrijpende maatregelen zoals een totaalverbod op vakantieverhuur.
Uitkomst: Het verbod op vakantieverhuur in drie wijken van Amsterdam is vernietigd wegens strijd met de Huisvestingswet 2014.
Voetnoten
1.Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over het in gebruik
2.Oorspronkelijk stond dit opgenomen in artikel 3.1.2, vijfde lid, van de Huisvestingsverordening 2020. Per 1 juli 2020 staat deze verbodsmogelijkheid in artikel 3.3.8b, derde lid.
3.Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Stad in Balans van de gemeente Amsterdam door de afdeling Onderzoek, informatie en statistiek van de gemeente Amsterdam. De volledige titel van het onderzoek is ‘Onderzoek naar de toeristische draagkracht van wijken, de invloed van toerisme op de leefbaarheid’.
4.Wijziging van de Huisvestingswet 2014 en de Gemeentewet in verband met de aanpak van ongewenste neveneffecten van toeristische verhuur van woonruimte en woonoverlast.
5.Deze vergunningplicht bestond al onder de Huisvestingswet 2014 voor woonruimten in gebieden waar onderbouwd was dat sprake is van schaarste. Door de aanpassing hoeft niet langer onderbouwd te worden dat sprake is van schaarste aan woonruimte.
6.Memorie van Toelichting.
7.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
10.Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.
11.Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.
14.Zie de uitspraak van de Afdeling van 29 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2833, r.o. 4.3 en zie Kamerstukken II 2009/10, 32 271, nr. 3, blz. 1. 15.De rechtbank merkt op dat in de Huisvestingsverordening onttrekking door vakantieverhuur expliciet is uitgesloten van de weigeringsgrond dat de te verlenen vergunning een negatief effect heeft op de leefbaarheid. Zie artikel 3.3.1, vijfde lid, van de Verordening.
16.Kamerstukken II 2009/10, 32 271, nr. 3.
17.Kamerstukken 2019/2020, 35353, nr. 3.