ECLI:NL:RVS:2019:317
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens overtreding vakantieverhuurbeleid en woningonttrekking
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant A een bestuurlijke boete van €13.500 op wegens het verhuren van een woning aan meer dan vier toeristen, wat volgens het gemeentelijke vakantieverhuurbeleid niet is toegestaan. Appellant A was eigenaar en stond ingeschreven op het adres, maar verhuurde de woning incidenteel via platforms als Airbnb.
De toezichthouders troffen op 28 maart 2016 vijf toeristen aan in de woning en constateerden dat de woning werd aangeboden voor vakantieverhuur aan meer dan vier personen. De rechtbank oordeelde dat dit een onttrekking van woonruimte aan de bestemming tot bewoning oplevert, ook al had appellant A zijn hoofdverblijf in de woning.
Appellant A voerde aan dat er geen sprake was van overtreding omdat hij permanent woonde en dat de voorwaarde van maximaal vier personen niet beboet kon worden. De Raad van State verwierp deze argumenten en bevestigde dat verhuur aan meer dan vier toeristen een overtreding is van artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014 en het gemeentelijk beleid.
Verder wees de Raad van State het verzoek tot matiging van de boete af, omdat appellant A onvoldoende aannemelijk maakte dat bijzondere omstandigheden aanwezig waren. De boete werd als passend en proportioneel beschouwd. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €13.500 wegens verhuur aan meer dan vier toeristen en woningonttrekking.