Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
GVB Exploitatie B.V.(hierna: GVB),
te Amsterdam
Rechtbank Amsterdam
Eiser, een metrobestuurder bij GVB, werd ontslagen na een incident waarbij een passagier met zijn arm tussen de metroraildeuren kwam te zitten. GVB stelde dat eiser verwijtbaar had gehandeld door de vertrekprocedure niet correct na te leven, het incident niet te melden en onjuiste verklaringen af te leggen. De kantonrechter had het dienstverband ontbonden zonder dat sprake was van ernstig verwijtbaar handelen, en het hof had dit bekrachtigd. Verweerder weigerde de WW-uitkering op grond van verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank toetste of sprake was van een dringende reden voor ontslag volgens artikel 7:678 BW Pro. Hoewel eiser verwijtbaar handelde door het niet naleven van veiligheidsvoorschriften en het niet melden van het incident, vond de rechtbank dat dit niet voldoende was voor een dringende reden. Ook de eerdere waarschuwingen en onjuiste verklaringen waren onvoldoende verzwarend.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waardoor eiser recht heeft op uitbetaling van zijn WW-uitkering. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van het UWV en bepaalt dat eiser recht heeft op uitbetaling van zijn WW-uitkering.