Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2021:1399

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 januari 2021
Publicatiedatum
27 maart 2021
Zaaknummer
13/751582-19
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor verkrachting

De rechtbank Amsterdam behandelde op 28 januari 2021 de vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Zweden op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het gerechtshof te Stockholm. De verdachte wordt verdacht van verkrachting, een strafbaar feit volgens Zweeds recht en opgenomen in de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet (OLW).

Tijdens de procedure werd onder meer het verzoek van de verdachte besproken om de Zweedse procedure via videoconferentie vanuit Nederland bij te wonen, hetgeen door het gerechtshof te Stockholm werd afgewezen. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de verdachte correct was en dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit, waardoor overlevering alleen kan plaatsvinden indien een terugkeergarantie wordt gegeven dat een eventuele onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland kan worden uitgezeten.

De Zweedse autoriteiten hebben op 18 oktober 2019 een dergelijke terugkeergarantie afgegeven, die door de rechtbank als voldoende werd beoordeeld. De feiten zijn ook strafbaar volgens Nederlands recht. De rechtbank wees het verzoek tot aanhouding af en concludeerde dat geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan. De overlevering wordt daarom toegestaan.

Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Zweden toe onder de voorwaarde van een terugkeergarantie voor het uitzitten van de straf in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751582-19
RK nummer: 19/4293
Datum uitspraak: 28 januari 2021
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 18 juli 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 7 juni 2019 door de
Södertörn Public Prosecution Office in Stockholm(Zweden) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres]
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 maart 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. R. Dijkstra, advocaat te Doorn. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten en bepaald dat op 24 maart 2020 uitspraak zal plaatsvinden.
Bij tussenuitspraak van 24 maart 2020 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw eenmalig in de gelegenheid te stellen na te gaan of het mogelijk is om de procedure in Zweden bij te wonen vanuit Nederland via een
video conference linken de uitvaardigende justitiële autoriteit bereid is om het EAB om die reden in te trekken dan wel op te schorten
.De rechtbank heeft bij deze tussenuitspraak ook reeds beslist op de gevoerde verweren van de verdediging.
Bij e-mail van 28 december 2020 is de rechtbank bekend geworden met de beslissing van
17 april 2020 van het gerechtshof te Stockholm dat het verzoek van de opgeëiste persoon, om de procedure vanuit Nederland via een
video conference linkbij te wonen, is afgewezen en dat tegen die beslissing geen hoger beroep mogelijk is.
De behandeling van de vordering is vervolgens op de openbare zitting van 14 januari 2021 hervat. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie
mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. R. Dijkstra, advocaat te Doorn.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en vervolgens voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van
a decision taken by Svea Court of Appeal in Sweden on 04-06-2019 in case B 11810-17 to issue a warrant for [opgeëiste persoon] arrest in his absence.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek terzake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Zweeds recht strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW.
De feiten vallen op deze lijst onder nummer 27, te weten:
verkrachting
Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op de feiten naar Zweeds recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij terzake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.
De Senior Public Prosecutor heeft op 18 oktober 2019 de volgende garantie gegeven:
"The Netherlands has made surrender to Sweden subject to the condition that [opgeëiste persoon] is returned to the Netherlands in order to serve an unconditional prison sentence passed on him in Sweden (article 5.3 in the Council framework decision on the European arrest warrant and the surrender procedures between Member States).
Decision
The Prosecutor General accepts the condition.
Conditions laid down by a foreign state in connection to surrender to Sweden shall apply in Sweden according to Chapter 2 Section 8 of the Penal Code. Consequently, if [opgeëiste persoon] is convicted to a custodial sentence or detention order, he will be returned to the Netherlands in order to serve the sentence after the judgment has gained legal force."
Bij e-mail van 13 januari 2021 van de Zweedse autoriteit is bevestigd dat de op
18 oktober 2019 afgegeven terugkeergarantie nog van kracht is. Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.
Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. Aan deze voorwaarde is voldaan.
De feiten zijn naar Nederlands recht strafbaar en leveren op:
Verkrachting
en
verkrachting, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

6.Verzoek om aanhouding

De rechtbank heeft op de zitting van 14 januari 2021 het verzoek tot aanhouding, om de beslissing af te wachten op het bij het gerechtshof te Stockholm ingediende verzoek tot heroverweging van de beslissing van 17 april 2020 waarbij het verzoek tot het horen per video conference link is afgewezen, afwijzend beslist.
De Zweedse autoriteit heeft tot op heden het verzoek tot overlevering gehandhaafd.

7.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

8.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 242 en 248 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Södertörn Public Prosecution Office in Stockholm(Zweden).
Aldus gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en E.G.M.M. van Gessel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 28 januari 2021.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.