ECLI:NL:RBAMS:2021:1542
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding voor onvoorwaardelijk geseponeerde strafzaak en kosten raadsman
Verzoeker werd op 29 januari 2018 aangehouden en in verzekering gesteld wegens verdenking van overtreding van de Opiumwet, specifiek handel in hennepplanten. De dag erna werd hij vrijgelaten. De strafzaak werd op 13 november 2020 onvoorwaardelijk geseponeerd door het Openbaar Ministerie. Verzoeker diende binnen drie maanden een verzoek in tot vergoeding van schade door de inverzekeringstelling en de kosten van zijn raadsman.
De rechtbank heeft op 16 februari 2021 de verzoeken behandeld. Verzoeker beriep zich op zijn zwijgrecht en wilde zijn onschuld op een inhoudelijke zitting met getuigen onderbouwen, maar dit recht werd ontnomen door het sepot. De officier van justitie verzette zich niet tegen de vergoeding. De rechtbank oordeelde dat gelet op de proceshouding en het dossier gronden van billijkheid aanwezig zijn om vergoeding toe te kennen.
De rechtbank kende een standaardvergoeding van €210 toe voor de twee dagen inverzekeringstelling, €1.391,50 voor de kosten van de raadsman en €550 voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open. De beschikking werd openbaar uitgesproken door rechter Groenendaal.
Uitkomst: De rechtbank kent vergoeding toe voor schade door inverzekeringstelling en kosten raadsman na onvoorwaardelijk sepot.