Uitspraak
- dagvaarding van 11 december 2020;
- conclusie van antwoord van 14 december 2020;
- instructievonnis van 19 januari 2021;
- conclusie van repliek van 15 februari 2021;
- conclusie van dupliek van 18 februari 2021.
Rechtbank Amsterdam
Stichting Stadgenoot verhuurt sinds 1994 een woning aan de huurder waarin zich open verbrandingstoestellen bevinden. Stadgenoot heeft meerdere malen verzocht om medewerking aan de vervanging van de geiser en gaskachel door een HR-ketel met radiatoren. De huurder tekende in 2019 een akkoordverklaring voor deze renovatie, maar weigerde vervolgens herhaaldelijk medewerking aan de uitvoering, onder meer vanwege Covid-19.
Stadgenoot vordert dat de huurder binnen veertien dagen meewerkt aan de vervanging, op straffe van een dwangsom en tijdelijke ontruiming indien nodig, en dat de huurder een huurverhoging betaalt vanaf de maand na uitvoering. De huurder voert overmacht aan vanwege de coronapandemie en stelt dat de afspraak kon wachten.
De kantonrechter oordeelt dat het renovatievoorstel redelijk is en de huurder op grond van artikel 7:220 BW Pro en haar eigen akkoordverklaring verplicht is medewerking te verlenen. De coronamaatregelen en onzekerheid over vaccinatie vormen geen reden om de gedoogplicht op te schorten, mede omdat Stadgenoot de RIVM-richtlijnen zal naleven. De vordering wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen, een dwangsom van €300 per dag tot maximaal €15.000 en tijdelijke ontruiming bij weigering. De huurder wordt tevens veroordeeld tot betaling van de huurverhoging en proceskosten.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot medewerking aan vervanging van open verbrandingstoestellen door HR-ketel binnen veertien dagen, met dwangsom en tijdelijke ontruiming bij weigering, huurverhoging en betaling proceskosten.