ECLI:NL:RBAMS:2021:1921
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening Tozo-uitkering wegens verblijfscode 98 in BRP
Verzoeker, een zelfstandige ondernemer met de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie, heeft een Tozo-uitkering aangevraagd vanwege financiële problemen in zijn eenmanszaak. De gemeente Amsterdam heeft dit verzoek afgewezen omdat in de Basisregistratie Personen (BRP) bij verzoeker de code 98 is geregistreerd, wat betekent dat hij geen geldige verblijfstitel bezit.
De gemeente heeft contact opgenomen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), die bevestigde dat verzoekers eerdere aanvraag voor een verblijfsvergunning in 2013 was afgewezen en dat de code 98 correct is geregistreerd. Verzoeker stelde dat hij recht heeft op de uitkering op grond van het EU-recht (Richtlijn 2004/38/EG) omdat hij langer dan vijf jaar in Nederland woont en werkt, en daarom gelijkgesteld moet worden aan een Nederlander.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeente in beginsel mag uitgaan van de juistheid van de BRP-code en dat de IND bevestigt dat de code 98 terecht is toegekend. Hierdoor kan verzoeker niet als rechthebbende voor de Tozo worden aangemerkt. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De uitspraak is voorlopig van aard en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de Tozo-uitkering wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige verblijfstitel.