Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
980,00
Rechtbank Amsterdam
Beymen Club exploiteert een horecabedrijf waarvoor de Gemeente Amsterdam een omgevingsvergunning aanvankelijk verleende maar later introk vanwege strijdigheid met het bestemmingsplan. De Gemeente legde een last onder dwangsom op wegens overtreding, die zij vervolgens invorderde. Beymen Club stelde dat de dwangsommen waren verjaard en dat de Gemeente misbruik maakte van haar executiebevoegdheid door een dwangbevel uit te vaardigen en beslag te leggen.
De Gemeente voerde verweer dat zij de verjaring tijdig had gestuit met een aanmaning van 28 maart 2019, die Beymen Club echter ontkende te hebben ontvangen. De rechtbank oordeelde dat de Gemeente aannemelijk had gemaakt dat de aanmaning correct was verzonden naar het juiste adres en dat Beymen Club onvoldoende feiten had gesteld om ontvangst te betwijfelen. Hierdoor bestond het vermoeden van ontvangst.
De rechtbank paste de toetsingsmaatstaf toe dat slechts bij misbruik van bevoegdheid ingegrepen kan worden in de executie van een onherroepelijk invorderingsbesluit. Gezien het ontbreken van misbruik wees de voorzieningenrechter het verzet af. Beymen Club werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank merkte op dat de Gemeente bereid was een redelijke betalingsregeling te overwegen gezien de coronasituatie.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel en het beslag wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van niet-ontvangst van de aanmaning en geen misbruik van executiebevoegdheid.