Uitspraak
[appellant],
de gemeente,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de executieverkoop van een woonwagen centraal die plaatsvond vanwege een dwangbevel tot terugvordering van een volgens de gemeente ten onrechte uitgekeerde bijstandsuitkering. De appellant huurde een standplaats van de gemeente en was eigenaar van de woonwagen. De gemeente vorderde terugbetaling van €33.822,40, waarop een dwangbevel werd uitgevaardigd en beslag gelegd op de woonwagen.
De executieverkoop vond plaats ondanks bezwaar van appellant en een lopende procedure over de huur van de standplaats. De woonwagen werd uiteindelijk verwijderd op grond van een vonnis in die huurzaak. Appellant vorderde in kort geding schorsing van het dwangbevel en een voorschot op schadevergoeding.
Het hof oordeelt dat appellant geen spoedeisend belang meer heeft bij schorsing van de executieverkoop en wijst de schadevordering af omdat de woonwagen niet op grond van het dwangbevel maar van het huurvonnis is verwijderd. Wel stelt het hof vast dat de gemeente misbruik van recht heeft gemaakt door de executieverkoop te gebruiken om kosten te besparen en dat de betekening van het dwangbevel niet correct was. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de voorzieningenrechter voor zover het appellant in de proceskosten veroordeelt en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van die kosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor de kostenveroordeling en veroordeelt de gemeente in de proceskosten; de overige vorderingen van appellant worden afgewezen.