Op 12 november 2020 werd verdachte samen met twee medeverdachten aangehouden in Amsterdam in verband met de handel in soft- en harddrugs. Bij controle werden onder meer 1 kilo hasj en 18 blokken cocaïne aangetroffen, evenals contant geld waarvan verdachte verklaarde dat het afkomstig was uit legale werkzaamheden. Verdachte was huurder van een loods waar een cocaïnewasserij werd ontdekt.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan medeplegen van handel in hasj en cocaïne en aan witwassen van €1.215,00. De verklaring van verdachte over de herkomst van het geld werd niet geloofd. Verdachte werd vrijgesproken van voorbereidingshandelingen met betrekking tot drugshandel in de loods, omdat onvoldoende bewijs daarvoor was.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De straf weerspiegelt de ernst van de drugshandel, de hoeveelheid drugs en het gevaar voor volksgezondheid en veiligheid. De vrijspraak voor voorbereidingshandelingen werd bevestigd vanwege gebrek aan bewijs.