De rechtbank Amsterdam behandelde op 4 mei 2021 de vordering tot overlevering van een Nederlander aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Osnabrück. De opgeëiste persoon werd verdacht van georganiseerde diefstal onder verzwarende omstandigheden en het veroorzaken van een explosie met springstof.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. Voor het feit van georganiseerde diefstal geldt dat dubbele strafbaarheid niet hoeft te worden getoetst omdat het strafbare feit op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet (OLW) staat. Voor het explosie-feit werd wel getoetst aan de Nederlandse wet, waarbij het feit werd gekwalificeerd als medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen met gemeen gevaar voor goederen.
De Duitse autoriteiten gaven een garantie dat indien de opgeëiste persoon in Duitsland tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, deze straf in Nederland zal worden uitgevoerd. De rechtbank achtte deze garantie voldoende en concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet en geen weigeringsgronden aanwezig zijn.
Daarom werd de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.