Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
S [eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Amsterdam
Eiser ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande, maar woonde samen met zijn zoon die studeerde, waardoor de kostendelersnorm niet werd toegepast. Na onderzoek bleek dat de zoon vanaf 4 juli 2019 niet meer studeerde, waarop verweerder de kostendelersnorm toepaste en een bedrag van €1.091,66 terugvorderde wegens te veel ontvangen uitkering.
Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, stellende dat de toepassing van de kostendelersnorm het recht op familieleven (artikel 8 EVRM Pro) schendt en dat een overgangsperiode had moeten gelden. De rechtbank oordeelde dat de wet dwingend voorschrijft hoe de kostendelersnorm wordt toegepast en dat er geen ruimte is voor afwijking of overgangsperiode.
De rechtbank volgde de vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep dat het niet relevant is of de medebewoners daadwerkelijk kosten delen of bijdragen. Ook vond de rechtbank geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van de kostendelersnorm op grond van artikel 8 EVRM Pro rechtvaardigen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van de kostendelersnorm en terugvordering is ongegrond verklaard.