ECLI:NL:CRVB:2018:2842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm op alleenstaande ouder met niet-rechthebbende partner bevestigd
Appellante ontvangt algemene bijstand als alleenstaande ouder en woont met haar niet-rechthebbende echtgenoot en vijf kinderen in één woning. Het college past de kostendelersnorm toe, waarbij de echtgenoot als kosten delende medebewoner wordt meegeteld, wat leidt tot een verlaging van de bijstand.
Appellante betwist deze toepassing en beroept zich op diverse internationale verdragen, waaronder het EVRM en het IVRK, en op het verblijfsrecht van haar echtgenoot. De rechtbank verklaarde haar beroepen ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het college de kostendelersnorm correct toepaste en voldoende rekening hield met de belangen van het gezin.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de kostendelersnorm dwingend is voorgeschreven en geen ruimte laat voor belangenafwegingen. De aangevoerde internationale gronden slagen niet omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die afwijking rechtvaardigen. Ook het beroep op het verblijfsrecht van de echtgenoot kan in deze procedure niet worden behandeld.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraken en wijst het hoger beroep van appellante af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep van appellante af.