De burgemeester van Amsterdam heeft op 29 augustus 2019 besloten een woning te sluiten vanwege de aanwezigheid van explosieve materialen in de berging, die werden geassocieerd met plofkraken. Deze sluiting was bedoeld om de openbare orde te herstellen en het risico op herhaling te voorkomen. Verzoekster, huurder en medebewoner, maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening, die werd afgewezen.
Tijdens de doorzoeking werden diverse explosieve stoffen en materialen aangetroffen, waaronder HMTD, ammoniumnitraat en zelfgemaakte slagpijpjes, bedoeld voor het fabriceren van pizzaschijven voor plofkraken. De zoon van verzoekster was betrokken bij eerdere plofkraken en was meerdere malen veroordeeld. De burgemeester handhaafde het besluit tot sluiting, ondanks het bezwaar van verzoekster die stelde niet op de hoogte te zijn van de explosieven en dat de sluiting disproportioneel was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de sluiting gerechtvaardigd was vanwege het ernstige gevaar voor de openbare orde en veiligheid. De persoonlijke belangen van verzoekster werden ondergeschikt geacht aan het algemeen belang. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De rechter wees ook het betoog van verzoekster af dat de burgemeester met twee maten zou meten, omdat het andere feitencomplexen betrof.
De uitspraak bevestigt dat de burgemeester bevoegd is om woningen te sluiten bij ernstige verstoring van de openbare orde en dat de aanwezigheid van explosieve materialen een dergelijke situatie rechtvaardigt. De sluiting werd opgeheven in een later stadium op basis van nieuwe informatie, maar de rechtmatigheid van de initiële sluiting bleef onbetwist.