ECLI:NL:RVS:2023:2402
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- J.M. Willems
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit sluiting woning wegens gebrek aan bevoegdheid burgemeester
De burgemeester van Amsterdam sloot op 29 augustus 2019 de woning van appellante voor drie maanden vanwege de vondst van explosieve materialen in de kelderbox, die gebruikt konden worden bij plofkraken. De sluiting volgde op een bestuurlijke rapportage van de politie na de aanhouding van haar meerderjarige zoon, die betrokken was bij een plofkraak in Aken.
Appellante stelde dat de burgemeester niet bevoegd was tot sluiting omdat de explosieve materialen al op 12 juli 2019 waren verwijderd en haar zoon in voorlopige hechtenis zat. Zij voerde aan dat er geen sprake was van overlast of een spoedeisend belang en dat de burgemeester haar persoonlijke omstandigheden onvoldoende had meegewogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester niet kon terugvallen op de artikelen 174a en 175 van de Gemeentewet. Er was geen sprake van langdurige overlast of een noodsituatie, aangezien de explosieve materialen niet meer aanwezig waren en er geen acuut gevaar bestond. De sluiting was daarom niet rechtsgeldig. De Afdeling vernietigde het besluit en veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De sluiting van de woning door de burgemeester was niet bevoegd en wordt vernietigd.