Eiseres, woonachtig in België, verzocht om kinderbijslag met terugwerkende kracht vanaf maart 2018 en maart 2019 vanwege beëindiging en wijziging van haar uitkeringen. Verweerder wees deze aanvragen af omdat kinderbijslag volgens de Algemene kinderbijslagwet (AKW) slechts met maximaal één jaar terugwerkende kracht kan worden toegekend.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het recht op kinderbijslag vanaf juli 2018 beoordeelde en dat een verdere terugwerkende kracht niet mogelijk is. Het beroep tegen de afwijzing van kinderbijslag vanaf maart 2018 tot juli 2018 werd ongegrond verklaard. Daarnaast werden de beroepen tegen latere besluiten niet-ontvankelijk verklaard omdat deze besluiten geen procesbelang meer hadden.
De rechtbank wees het betoog van eiseres af dat zij als grensarbeider anders behandeld zou moeten worden en bevestigde dat de AKW voor alle ingezetenen geldt. Ook het argument over het kindgebonden budget werd niet gevolgd omdat dit buiten de AKW valt. Verweerder werd opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden.