Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser (hierna: [eiser] )
Procesverloop
Overwegingen
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken.
Rechtbank Amsterdam
Het Uwv heeft vastgesteld dat eiser over de periode van 1 maart 2014 tot en met 30 september 2018 en over de periode van 1 oktober 2018 tot en met 30 september 2019 te veel WAO-uitkering heeft ontvangen vanwege inkomsten uit arbeid bij Stichting Nationale Opera & Ballet. Het Uwv heeft deze bedragen respectievelijk € 11.841,77 en € 6.422,78 teruggevorderd.
Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, dat sprake was van verjaring en dat hij incidentele hobbywerkzaamheden verrichtte zonder financiële motieven. Ook voerde hij aan dat het Uwv te laat had gehandeld en dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien.
De rechtbank oordeelde dat het Uwv de terugvordering correct had berekend en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van dringende redenen. De zogenaamde zes-maanden-jurisprudentie bood geen uitkomst omdat eiser zijn informatieplicht niet was nagekomen. De terugvordering was terecht en het beroep werd ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding. Het vonnis is gewezen door rechter T.L. Fernig-Rocour en is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het Uwv mag de te veel ontvangen WAO-uitkeringen terugvorderen.