Op 12 november 2020 werd verdachte samen met drie anderen aangetroffen in een loods met een sterke chemische lucht waar een cocaïnewasserij in werking was. In de loods werden 18 blokken cocaïne en diverse chemicaliën en goederen voor de productie van cocaïne gevonden. Verdachte verklaarde werkzaamheden te verrichten voor schoonmaak van hout in de loods.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over de cocaïne, mede gelet op de toegankelijke locatie van de blokken en de nauwe samenwerking met anderen. Verdachte werd echter vrijgesproken van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de cocaïne.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 22 maanden op, lager dan de gevorderde 36 maanden, vanwege de ondergeschikte rol van verdachte en het korte tijdsbestek van zijn betrokkenheid. De straf houdt rekening met de ernst van de drugshandel en de gevaren voor volksgezondheid en veiligheid.