ECLI:NL:RBAMS:2021:2984

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 juni 2021
Publicatiedatum
10 juni 2021
Zaaknummer
13/751544-21
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39-1 OLWArt. 40 lid 1 OverleveringswetArt. 29 tweede lid OLW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechter verklaart zich onbevoegd na intrekking Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 juni 2021 een zaak betreffende de overlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Eschweiler. De opgeëiste persoon werd op 4 juni 2021 gehoord in raadkamer en verklaarde zijn instemming met onmiddellijke overlevering.

Tijdens de zitting gaven zowel de raadsman als het Openbaar Ministerie aan geen beletsels of weigeringsgronden te zien tegen de overlevering. Echter, op dezelfde dag werd het EAB door de Duitse autoriteiten ingetrokken, omdat de opgeëiste persoon zich had gemeld bij de rechtbank in Aachen.

Door deze intrekking verviel de juridische grondslag voor de overlevering. De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd tot het nemen van een beslissing ex artikel 40 lid 1 Overleveringswet Pro en hief het geschorste bevel van inbewaringstelling op. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd tot beslissing over overlevering na intrekking van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751544-21
Datum uitspraak: 8 juni 2021
naar aanleiding van de verklaring van de opgeëiste persoon ten overstaan van de raadkamer dat hij instemt met zijn onmiddellijke overlevering als verzocht in het ten aanzien van hem uitgevaardigde Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 9 juli 2020, door
Amtsgericht Aachen(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Nederland) op [geboortedag] 1978, verblijfadres: [adres]
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De opgeëiste persoon is gehoord in raadkamer op 4 juni 2021. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.A.T.X. Vonken, advocaat te Maastricht.
Het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd door mr. K. van der Schaft, officier van justitie.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft in raadkamer verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een bevel tot voorlopige hechtenis
(Untersuchungshaftbefehl),uitgevaardigd door
het Amtsgericht Eschweiler(Duitsland) op 23 januari 2020, aangevuld op 11 februari 2020.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Verklaring van de opgeëiste persoon

De opgeëiste persoon heeft ter zitting desgevraagd laten weten dat hij begrijpt wat zijn verklaring inhoudt en dat deze onomkeerbaar is. De opgeëiste persoon heeft verklaard dat hij instemt met onmiddellijke overlevering aan Duitsland.

5.Standpunten van de raadsman en de officier van justitie.

De raadsman en de officier van justitie hebben beiden ter zitting verklaard geen beletsels of weigeringsgronden te zien die aan overlevering aan Duitsland in de weg staan.

6.Intrekking EAB

Bij e-mail van 8 juni 2021 heeft de heer [naam] ,
Staatsanwaltvan het
Staatsanwaltschaft Aachen,desgevraagd door het Internationaal Rechtshulpcentrum van het Arrondissementsparket Amsterdam (IRC) bevestigd dat het voormelde EAB wordt ingetrokken, nu de opgeëiste persoon zichzelf op 8 juni 2021 heeft gemeld bij de rechtbank Aachen.

7.Slotsom

Door intrekking van het EAB is de grondslag voor de beslissing tot overlevering als bedoeld in artikel 40 lid 1 Overleveringswet Pro komen te vervallen. De rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren.

8.Beslissing

Verklaart zich onbevoegd ten aanzien van de beslissing ex artikel 40 lid 1 Overleveringswet Pro tot terbeschikkingstelling van
[opgeëiste persoon]van het
Amtsgericht Aachen(Duitsland).
Heft op het geschorste bevel van de inbewaringstelling.
Aldus gedaan door mr. O.P.M. Fruytier, rechter,
in tegenwoordigheid van C. van den Berg, griffier,
en uitgesproken op 8 juni 2021.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.