De zaak betreft een beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). De aanvraag werd afgewezen omdat de echtgenoot van eiseres op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de Anw, aangezien hij geen ingezetene van Nederland was.
Eiseres stelde dat haar echtgenoot wel verzekerd was vanwege een duurzame persoonlijke band met Nederland, onder meer omdat hij Nederland als thuisland beschouwde en zijn kinderen en kleinkinderen in Nederland wonen. De rechtbank oordeelde echter dat deze band was verbroken toen de echtgenoot in 2015 definitief naar Marokko verhuisde en zich uitschreef uit de Basisregistratie Personen (BRP).
Hoewel de echtgenoot in 2016 terugkeerde naar Nederland voor medische zorg, woonde hij bij zijn zoon zonder zelfstandige woonruimte en was er geen objectief bewijs van een intentie om zich definitief in Nederland te vestigen. De rechtbank concludeerde dat er op het moment van overlijden geen duurzame band met Nederland bestond, waardoor de aanvraag terecht werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.