ECLI:NL:CRVB:2014:943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering nabestaandenuitkering wegens ontbreken duurzame band ingezetene Nederland
Appellante vroeg een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot op 13 september 2010. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet als ingezetene van Nederland werd beschouwd. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een onjuist toetsingskader, maar oordeelde alsnog dat de echtgenoot niet verzekerd was volgens de ANW.
In hoger beroep stelde appellante dat haar echtgenoot wel degelijk ingezetene was. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde dit aan de hand van jurisprudentie van de Hoge Raad en concludeerde dat de echtgenoot geen duurzame band van persoonlijke aard met Nederland had. Dit werd mede bepaald door het ontbreken van duurzaam woonruimte in Nederland sinds 1997, het verblijf in de Dominicaanse Republiek en het feit dat het ontvangen van een AOW-pensioen onvoldoende is voor het aannemen van ingezetenschap.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het beroep van appellante. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 maart 2014.
Uitkomst: De nabestaandenuitkering wordt geweigerd omdat de echtgenoot geen duurzame persoonlijke band met Nederland had en niet als ingezetene kon worden beschouwd.