Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Vrijspraak
4.Zorgmachtiging
5.Beslissing
Heft ophet bevel tot voorlopige hechtenis. Dit bevel zal apart worden opgemaakt en aan het vonnis worden gehecht.
Rechtbank Amsterdam
Op 27 juli 2020 werd verdachte aangehouden in een hostel in Amsterdam nadat hij met een mes een receptioniste bedreigde en geld van haar eiste. Verdachte verklaarde dat hij dit deed onder invloed van stemmen die hem opdroegen een overval te plegen, maar dat hij eigenlijk wilde dat de politie zou komen om zich veiliger te voelen.
De officier van justitie vorderde een veroordeling wegens afpersing en het voorhanden hebben van een mes als wapen. De verdediging stelde dat het opzet ontbrak om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, omdat verdachte juist de politie wilde laten komen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs ontbrak voor het vereiste oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling. Ook kon niet worden vastgesteld dat het mes een strafbaar wapen was in de zin van categorie I van de Wet wapens en munitie. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlasteleggingen.
Daarnaast werd een zorgmachtiging verleend voor de duur van vier maanden op grond van de Wet forensische zorg, omdat verdachte lijdt aan schizofrenie en behandeling in een klinische setting noodzakelijk is. Verdachte blijft in afwachting daarvan gedetineerd.
De rechtbank hief het bevel tot voorlopige hechtenis op en sprak verdachte vrij van de tenlasteleggingen, terwijl de zorgmachtiging werd toegewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van afpersing en het voorhanden hebben van een mes; zorgmachtiging voor vier maanden verleend.