Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 3 april 2020;
- een gewijzigd verzoek van de zijde van de vrouw, ingekomen op 10 september 2020;
- het verweerschrift van de man;
- de brief d.d. 4 februari 2021 van de zijde van de man met bijlagen;
- de brief d.d. 8 februari 2021 van de zijde van de vrouw met bijlage;
- de brief d.d. 8 februari 2021 van de zijde van de vrouw met bijlagen;
- het faxbericht d.d. 12 februari 2021 van de zijde van de man;
- de brief d.d. 15 februari 2021 van de zijde van de vrouw.
2.De feiten
3.De beoordeling
vanaf6 augustus 2008. De bedoeling van partijen was om de vrouw over een zo lang mogelijke toegestane periode pensioenrechten toe te kennen, aldus de man. Op de mondeling behandeling heeft de man nog in reactie op het bericht van het ABP verklaard dat hij het er niet mee eens is dat het pensioen dat het pensioen dat is opgebouwd tijdens zijn tweede huwelijk eveneens dient te worden verevend. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat zijn tweede echtgenoot heeft afgezien van pensioenverevening in verband met een grote schuld aan de man die zij op die manier heeft ingelost. De man acht het dan ook niet redelijk dat dit pensioen alsnog voor verevening beschikbaar zou komen.