ECLI:NL:RBAMS:2021:3664

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 juli 2021
Publicatiedatum
14 juli 2021
Zaaknummer
13/751272-21
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens verkrachting

De rechtbank Amsterdam behandelde op 9 juli 2021 een vordering tot overlevering van een persoon aan Zweden op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 16 maart 2021. De opgeëiste persoon, geboren in 2002 en woonachtig in Nederland, werd verdacht van verkrachting volgens Zweeds recht, een feit vermeld op bijlage 1 bij de Overleveringswet (OLW).

Tijdens de openbare zitting op 25 juni 2021 werd de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en erkend. De verdediging werd bijgestaan door een advocaat. De rechtbank verlengde de beslistermijn met dertig dagen om de overlevering zorgvuldig te kunnen beoordelen.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen en dat er geen weigeringsgronden waren. Tevens werd een garantie van de Zweedse justitiële autoriteiten aanvaard dat, indien de opgeëiste persoon tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland mag ondergaan. Op basis hiervan stond de rechtbank de overlevering toe.

De uitspraak werd gedaan door drie rechters en is onherroepelijk, aangezien tegen deze beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat. Hiermee is de procedure voor de overlevering aan Zweden afgerond.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Zweden toe onder de garantie dat de straf in Nederland kan worden uitgezeten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751272-21
RK nummer: 21/2212
Datum uitspraak: 9 juli 2021
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 14 april 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 16 maart 2021 door
the Swedish Prosecution Authority(Zweden) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 25 juni 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.M. Hof, advocaat te Amsterdam.
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de toelaatbaarheid van de verzochte overlevering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel, te weten een
detention ordervan 2 maart 2021, uitgevaardigd door
the Court of Appeal for Western Sweden(referentie: Ö 1847-21).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Zweeds recht strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 27, te weten:
verkrachting.
Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar Zweeds recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van het feit waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.
Een
Senior Public Prosecutorheeft bij brief van 24 mei 2021 de volgende garantie gegeven:
Chief Public Prosecutor Daniel Edsbagge at the local public prosecution office in Uddevalla has, on 16 March 2021, issued a European Arrest Warrant for the
arrest of [opgeëiste persoon], born on [geboortedag] 2002 and resident in the Netherlands.
The European Arrest Warrant is issued for the purposes of conducting criminal
prosecution in Sweden.
The judicial authority in the Netherlands has in notice on 11 May 2021, made
surrender to Sweden subject to the condition that [opgeëiste persoon], in case he is
sentenced to an unconditional prison sentence without appeal in Sweden after
the surrender, is allowed to be returned to the Netherlands in order to carry out
the punishment.
The Prosecutor General accepts the conditions. (…)
Consequently, if [opgeëiste persoon] is convicted to a custodial sentence or detention order, [opgeëiste persoon] will be allowed to be returned to the Netherlands in order to serve the sentence after the judgment has gained legal force.
Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Swedish Prosecution Authority(Zweden).
Aldus gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. C. Klomp en M.C. Eggink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. N.M. van Trijp, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 9 juli 2021.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.