Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verdachte] ,
Inleiding
- Stukken uit het onderzoek 26Lemont (verzoeken 1, 2, 5, 6, 9 en 11);
- Stukken uit het Franse onderzoek (verzoeken 3 en 8);
- De Joint Investigation Team (JIT)-overeenkomst en de notulen van de JIT- en Europol- overleggen (verzoeken 4 en 15);
- Een proces-verbaal over de wijze van het live meekijken en de manier waarop de informatie werd opgeslagen (verzoek 7);
- De woordenlijsten en zoeksleutels die gebruikt zijn in het onderzoek (verzoek 10);
- Alle overige stukken in het kader van de EncroChat-hack die nog niet verstrekt zijn (verzoek 12);
- Alle chats van gebruikers van EncroChat binnen onderhavig onderzoek (verzoek 13) en
- Een overzicht van in beslag genomen goederen die nog niet onderzocht zijn (verzoek 14).
“elke verwerking van persoonsgegevens door aanbieders van elektronische communicatie binnen de werkingssfeer van de richtlijn valt, inclusief de verwerking die het gevolg is van door de overheid aan die aanbieders opgelegde verplichtingen.” [3]
“Wanneer de lidstaten daarentegen rechtstreeks maatregelen toepassen die inbreuk maken op het beginsel van vertrouwelijkheid van elektronische communicatie, zonder dat zij verwerkingsverplichtingen opleggen aan aanbieders van elektronische communicatiediensten, wordt de bescherming van de gegevens van de betrokken personen niet beheerst door Richtlijn 2002/58, maar uitsluitend door nationaal recht, behoudens de toepassing van richtlijn 2016/680 (..), wat betekent dat de betrokken maatregelen met name in overeenstemming moeten zijn met het nationale constitutionele recht en met de vereisten van het EVRM.”
af.
nietop de gebruikers van de EncroChat telefoons, is een gedachtegang die de rechtbank niet geheel volgt. Door het Openbaar Ministerie in 26Lemont werd immers aan de rechter-commissaris een lijst overgelegd met Nederlandse strafrechtelijke onderzoeken naar georganiseerde verbanden, waarvan bekend was dat gebruik werd gemaakt van EncroChat-toestellen in Nederland. [5] Daarmee kan niet worden volgehouden dat het onderzoek 26Lemont uitsluitend ziet op het bedrijf EncroChat zelf. De rechtbank gaat er daarom van uit dat het onderzoek ook tot doel had om strafbare feiten van de gebruikers op te kunnen sporen, waarna nieuwe opsporingsonderzoeken zouden worden gestart teneinde daarnaar verder onderzoek te doen. Daarmee is de machtiging van de rechter-commissaris ook van belang in de onderhavige zaak.
Beslissing
- draagt het Openbaar Ministerie op om de machtiging in het onderzoek 26Lemont dan wel een proces-verbaal van de rechter-commissaris zoals hierboven omschreven aan het dossier 26Douglasville toe te voegen;
- wijst alle andere verzoeken af.