Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2021:3867

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 juli 2021
Publicatiedatum
23 juli 2021
Zaaknummer
13/751551-21 (EAB I)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 Wegenverkeerswet 1994Art. 7 Wegenverkeerswet 1994Art. 175 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens dodelijk verkeersongeval

De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 juli 2021 de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de regionale rechtbank in Szczecin, Polen. De verdachte wordt verdacht van een strafbaar feit in verband met een dodelijk verkeersongeval, waarvoor hij in Polen tot een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden is veroordeeld.

Tijdens de zitting, die via telehoren plaatsvond, werd de identiteit van de verdachte bevestigd. De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet, waaronder de toetsing van dubbele strafbaarheid. Het feit waarvoor overlevering wordt verzocht, kwalificeert in Nederland als overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 met dodelijke afloop.

De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn en dat de overlevering moet worden toegestaan. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en is onherroepelijk, aangezien tegen deze beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751551-21 (EAB I)
RK nummer: 21/2921
Datum uitspraak: 22 juli 2021
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 26 mei 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 4 augustus 2020 door
the Regional Court in Szczecin (Sąd Okręgowy w Szczecinie), Polen en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1992,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 juli 2021. Het verhoor heeft, via telehoren, plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H. Weisfelt, advocaat te s-Gravenhage, en door een tolk in de Poolse taal.
De raadsman heeft zich, kort gezegd, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van
the decision of the Regional Court (Sąd Okręgowy) of the 21st May 2020, issued in the case IV Ka 935/19 on the application, against [opgeëiste persoon] , of the preventive measure in form of the provisional arrest for the period of three months from the day of the detention(referentienummer II K 706/18, IV Ka 935/19). Uit de brief van de uitvaardigende autoriteit van 1 juli 2021 volgt dat het hier gaat om de
Regional Court (Sąd Okręgowy)in Szczecin.
Daarbij wordt ervan melding gemaakt dat de opgeëiste persoon bij vonnis van 11 maart 2019 door de
District Court in Gryfice (Sąd Rejonowy w Gryfieach)is veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren en zes maanden (referentienummer: II K 706/18). Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Pools recht strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood, meermalen gepleegd;
en:
overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 6, 7, 175 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 2, 5 en 7 van de OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Szczecin (Sąd Okręgowy w Szczecinie), Polen.
Aldus gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. E.G.M.M. van Gessel en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 22 juli 2021.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.