Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2021:3869

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 juli 2021
Publicatiedatum
23 juli 2021
Zaaknummer
13/751776-18
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet-ontvankelijk wegens intrekking Europees aanhoudingsbevel door Hongarije

De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering van de officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Hongarije. De zaak betrof de overlevering van een persoon geboren in 1980 en woonachtig in Nederland.

De procedure kende meerdere zittingen, waarbij de opgeëiste persoon zich aanvankelijk liet bijstaan door een advocaat en tolk, maar later afstand deed van het recht aanwezig te zijn. De rechtbank verlengde meerdere malen de beslistermijn en schorste het onderzoek om aanvullende informatie van de Hongaarse autoriteiten te verkrijgen, onder meer over detentieomstandigheden en inhoudelijke aspecten van het EAB.

Op 3 januari 2020 trokken de Hongaarse justitiële autoriteiten het EAB in. De officier van justitie stelde daarop dat zij niet-ontvankelijk moest worden verklaard in de vordering. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk. Tevens stelde de rechtbank vast dat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het Europees aanhoudingsbevel door Hongarije.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751776-18
RK nummer: 18/6827
Datum uitspraak: 8 juli 2021
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 1 oktober 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 11 juli 2018 door de
Regional Court of Miskolc , Law Enforcement Section(Hongarije) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1980,
verblijvende op het adres: [adres opgeëiste persoon] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

Zitting 9 november 2018
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 9 november 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Hongaarse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om van de Hongaarse autoriteiten aanvullende informatie te verkrijgen ten aanzien van onderdeel d) van het EAB en omtrent de Hongaarse detentieomstandigheden.
Zitting 20 december 2018
De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 20 december 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van het recht ter zitting aanwezig te zijn. Zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam, is ter zitting verschenen en heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd namens de opgeëiste persoon het woord te voeren.
De rechtbank heeft de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen en met ingang van 28 december 2018 geschorst. De rechtbank heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd geschorst om de raadsman in de gelegenheid te stellen de aanvullende informatie van de Hongaarse autoriteiten met de opgeëiste persoon te kunnen bespreken en om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om van de Hongaarse autoriteiten aanvullende informatie te verkrijgen in het licht van de toetsing aan artikel 12 OLW Pro.
Zitting 8 juli 2021
De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 8 juli 2021. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam, is ter zitting verschenen en heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd namens de opgeëiste persoon het woord te voeren.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en heeft vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Hongaarse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, omdat het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit is ingetrokken op 3 januari 2020.
De rechtbank volgt de officier van justitie in bovengenoemd standpunt.

4.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering ex artikel 23 van Pro de OLW van 1 oktober 2018.
STELT VASTdat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd.
Aldus gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. E.G.M.M. van Gessel en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 8 juli 2021.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.