Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding en beschuldiging
3.Verjaring
- Feit 1: 1 april 2006 tot en met 31 mei 2006;
- Feit 2: 22 oktober 2006 en/of 13 november 2006;
- Feit 3: 1 april 2006 tot en met 31 december 2007.
4.Waardering van het bewijs
waardoorde ander wordt bewogen tot, in dit geval, het betalen van geld. Om dat verband tussen het oplichtingsmiddel en het ‘bewegen tot’ te kunnen bewijzen moet aannemelijk zijn dat in dit geval Tilburg University mede onder invloed van de door verdachte in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken is overgegaan tot betaling.
5.Bewezenverklaring
- een factuur van [verdachte] , gericht aan de Universiteit van Tilburg ten bedrage van 12.500 euro, voor betaling getekend op 15 november 2007 (DOC-268/DOC-062),
- een factuur van [medeverdachte 3] , gericht aan de Universiteit van Tilburg ten bedrage van 18.750 euro, voor akkoord getekend op 20 november 2008 (DOC-268/DOC-043),
- een factuur van [bedrijf medeverdachte 3] , gericht aan Tilburg University d.d. 13 augustus 2012 ten bedrage van 29.750 euro (DOC-268/DOC-072) en
- een factuur van [bedrijf medeverdachte 3] , gericht aan Tilburg University d.d. 18 februari 2013 ten bedrage van 42.350 euro (DOC-268/DOC-076),
6.Motivering van de straf
Verdachte heeft de valse facturen opgemaakt en lijkt ook het meest van de strafbare handelingen te hebben geprofiteerd. Daarbij heeft zij haar ogen gesloten voor de door haar oom geïnitieerde strafbare constructies. De strafbare feiten hebben over een lange periode plaatsgevonden en zijn niet uit eigen beweging gestopt. In strafmatigende zin wordt rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.
7.Beslag
8.Benadeelde partijen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
taakstrafvan
72 (tweeënzeventig) uur, met bevel voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 36 (zesendertig) dagen.