Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres
de Minister van Financiën, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
kunnenzijn;
Rechtbank Amsterdam
Eiseres, aangesteld als functionaris van een ontbonden vennootschap, kreeg een boete opgelegd wegens het niet voldoen aan haar verplichting tot het verstrekken van inlichtingen aan de Nederlandse Belastingdienst op verzoek van Zweedse autoriteiten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht mocht uitgaan van het bestaan van een Zweeds heffingsbelang en dat er geen sprake was van een 'fishing expedition'. De artikelen 47 en 48 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) verplichten eiseres tot medewerking, waarbij een richtlijnconforme uitleg is gevolgd. De uitzonderingen uit het Berlioz-arrest en de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (Wib) zijn niet van toepassing.
Eiseres voerde aan dat de vennootschap geliquideerd was en dat zij niet gehouden was de gevraagde stukken te verstrekken, maar de rechtbank verwierp dit standpunt. De oplegging van de boete van €500 wordt als niet onevenredig beschouwd. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens niet-naleving van de medewerkingsplicht wordt ongegrond verklaard en de boete van €500 blijft gehandhaafd.