4.14.Geoordeeld wordt dat in dit specifieke geval de belangen van Hoist – tegen de achtergrond van voornoemde doelstellingen – bij handhaving van de registratie zwaarder wegen dan de belangen van [eiser] bij de verwijdering ervan. Daarbij zijn de volgende omstandigheden in aanmerking genomen:
- de betalingsachterstanden waren substantieel en het heeft geruime tijd geduurd voordat betalingsregelingen goed zijn nagekomen; ook had [eiser] nog meer schulden dan hij in de dagvaarding heeft vermeld en heeft hij evenmin vermeld dat zijn studieschuld nog steeds bestaat;
- [eiser] en zijn gezin beschikken over een huurwoning en onvoldoende aannemelijk is dat zij in de gewenste nieuwe woonplaats niet een vergelijkbare, of mogelijk zelfs grotere, woning zouden kunnen huren;
- de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd waarmee [eiser] een bruto-inkomen van € 5500,- per maand heeft is tamelijk recent en het inkomen van zijn vriendin is niet duidelijk/flexibel;
- de afbetaling van de laatste schuld waarvoor de registratie heeft plaatsgevonden dateert van april 2019, dus van minder dan twee jaar terug; [eiser] heeft niet aangetoond hoe het vanaf 2014/2015 met de afbetalingen is gegaan en dus ook niet dat er in die periode geen enkele aanmaning of actie van een schuldeiser/incassobureau meer nodig is geweest om de schulden te innen;
- er zijn geen klemmende redenen op grond waarvan [eiser] niet zou kunnen wachten met het kopen van een huis tot de vijfjaarstermijn is verstreken; weliswaar is begrijpelijk dat hij in verband met de wens tot gezinsuitbreiding naar een grotere woning wil verhuizen, maar voorshands is onvoldoende aannemelijk dat daardoor een acute dringende noodzaak bestaat tot het kopen van een woning; [eiser] heeft de woning gekocht op een moment dat hij wist dat het verkrijgen van een hypothecaire lening een probleem zou kunnen zijn en zich dus zelf in deze situatie gebracht, dat levert geen klemmende reden op;
- op basis van de in het geding gebrachte gegevens is onvoldoende aannemelijk dat [eiser] de gewenste hypothecaire lening zonder meer zou kunnen krijgen als de BKR registratie verwijderd zou zijn;
- er is voor mogelijke kredietverstrekkers geen redelijk alternatief om het betalingsgedrag van mensen die een lening aanvragen te checken dan raadpleging van het BKR register.
Ook als [eiser] in zijn vordering kan worden ontvangen is daarom voor toewijzing daarvan geen plaats. De beslissing tot handhaving van de verwijdering kan de proportionaliteits- en subsidiariteitstoets doorstaan. De omstandigheid dat [eiser] bij een aankoop van een woning in de toekomst niet meer in aanmerking zal kunnen komen voor de startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting is van onvoldoende gewicht om tot een ander oordeel te komen.