Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- [eiser] met mr. Bouwman;
- aan de kant van Hoist Finance: mr. Pijnacker.
Rechtbank Amsterdam
Eiser heeft een krediet afgesloten bij Hoist Finance en is vanwege betalingsachterstanden in het Centraal Krediet Informatie Systeem (CKI) van de BKR geregistreerd met codes die duiden op achterstand en opgeëiste vordering. Na aflossing van zijn schuld wil eiser de registratie laten verwijderen omdat deze hem belemmert bij het verkrijgen van een hypotheek.
Hoist Finance weigert de registratie te verwijderen, met het verweer dat eiser te laat is met zijn vordering en dat de registratie rechtmatig is vanwege de wettelijke plicht tot deelname aan het kredietregistratiestelsel. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser niet ontvankelijk is omdat hij niet tijdig bezwaar heeft gemaakt conform de termijnen van de AVG en de Uitvoeringswet AVG.
Er bestaat echter onzekerheid over de vraag of de verwerking van persoonsgegevens in het kader van BKR-registraties valt onder de wettelijke plicht als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder Pro c AVG, of onder de belangenafweging van lid f. Verschillende gerechtshoven hebben hierover uiteenlopende uitspraken gedaan.
Gezien deze verdeeldheid stelt de voorzieningenrechter prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de toepasselijke grondslag voor BKR-registraties en de gevolgen daarvan voor het recht op bezwaar en gegevenswissing. De zaak wordt aangehouden totdat de Hoge Raad hierover heeft beslist.
Uitkomst: Eiser wordt voorlopig niet-ontvankelijk verklaard en prejudiciële vragen worden aan de Hoge Raad gesteld over de grondslag van BKR-registraties.