Overwegingen
1. [eiser] was werkzaam als schoonmaker. Op 27 oktober 2017 heeft [eiser] zich vanuit de Werkloosheidswet met lichamelijke en psychische klachten ziekgemeld, waarna hij een ZW-uitkering heeft ontvangen. [eiser] heeft op 12 december 2019 een WIA-uitkering aangevraagd.
2. Om [eiser] te beoordelen heeft het Uwv [eiser] laten onderzoeken door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige. De verzekeringsarts heeft de beperkingen van [eiser] voor het verrichten van arbeid vastgelegd in de Functionele mogelijkhedenlijst (FML). De arbeidsdeskundige heeft op basis van deze FML gekeken welke functies [eiser] kan uitvoeren. De arbeidsdeskundige is vervolgens tot de conclusie gekomen dat [eiser] voor 8,10% arbeidsongeschikt is. Omdat dit minder is dan de vereiste 35%, is de aanvraag van [eiser] met het primaire besluit afgewezen.
3. Naar aanleiding van het bezwaar van [eiser] heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep opnieuw naar de medische klachten van [eiser] gekeken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft een nieuwe FML vastgesteld waarin [eiser] meer beperkt is. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep is vervolgens wederom tot de conclusie gekomen dat [eiser] voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is, namelijk 0,00%.
4. Volgens [eiser] is hij meer beperkt dan de verzekeringsarts heeft aangenomen. Eenvoudig en eentonig werk geeft hem namelijk onvoldoende afleiding van zijn psychische klachten. Volgens [eiser] zijn deze klachten dan ook onvoldoende meegewogen. Bovendien stelt [eiser] dat de geluiden op de werkvloer een schrikreactie bij hem kunnen veroorzaken. [eiser] kan wel met gehoorbescherming werken, maar dit dempt alleen het geluid en voorkomt dus niet de schrikreacties. Ten aanzien van de arbeidskundige gronden stelt [eiser] dat hij de functies niet kan verrichten wegens zijn beperkingen. [eiser] stelt dat hij de functie monteur printplaten niet kan uitoefenen omdat hij geen schroefbewegingen kan maken. Daarbij voert [eiser] aan dat de functies niet geschikt zijn omdat hij in de functies te lang moet zitten en staan. Bovendien is het voor [eiser] niet duidelijk wat de mate van omgevingsgeluid is in de geduide functies. [eiser] zijn opleidingsniveau is te hoog ingeschat, omdat zijn opleiding in Iran niet kan worden vergeleken met het Nederlandse opleidingsstelsel. Er is ook geen rekening mee gehouden dat [eiser] niet goed Nederlands en Engels spreekt.
Het oordeel van de rechtbank
5. De rechtbank moet beoordelen of het Uwv op goede gronden de aanvraag van [eiser] om een WIA-uitkering heeft afgewezen.
6. De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het Uwv zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen. Deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De rapporten moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapportages. Het is aan [eiser] om aannemelijk te maken dat de rapporten die over hem zijn opgesteld niet aan deze vereisten voldoen.
7. Naar het oordeel van de rechtbank is het onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig. De verzekeringsartsen hebben het dossier bestudeerd. [eiser] is door de verzekeringsarts ook lichamelijk onderzocht.
8. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep ten aanzien van de gestelde klachten inzichtelijk heeft gemotiveerd dat daarvoor in de FML voldoende beperkingen zijn opgenomen. De verzekeringsartsen zijn ingegaan op de diverse klachten van [eiser] en hebben in verband daarmee ook diverse beperkingen aangenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft beperkingen aangenomen ten aanzien van zijn psychische klachten op persoonlijk en sociaal functioneren. Daarnaast zijn er ook beperkingen aangenomen ten aanzien van de lichamelijke klachten van [eiser] op fysieke omgevingseisen, dynamische handelingen en statische houdingen.
9. Ten aanzien van de beroepsgrond dat [eiser] geen eenvoudig en eentonig werk kan verrichten omdat dit niet voor afleiding zorgt, overweegt de rechtbank als volgt. Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 27 augustus 2020 volgt dat deze verzekeringsarts rekening heeft gehouden met de psychische klachten van [eiser] en hier ook beperkingen voor heeft aangenomen. [eiser] heeft geen stukken overgelegd met een medische onderbouwing dat [eiser] met betrekking tot zijn psychische klachten alleen werk kan verrichten waarin hij voldoende afleiding heeft.
10. Gelet op het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat de medische beperkingen van [eiser] juist zijn vastgelegd in de FML van 27 augustus 2020. Het bestreden besluit berust dan ook op een deugdelijke medische grondslag.
Arbeidskundige beoordeling
11. Bij de vraag of [eiser] kan werken in de functies die de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep voor [eiser] heeft geselecteerd, gaat de rechtbank uit van de beperkingen zoals deze zijn vastgelegd in de FML van 27 augustus 2020.
12. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in het rapport van 31 augustus 2020 gemotiveerd dat het moeten uitvoeren van schroefbewegingen niet aan de passendheid van de functie monteur printplaten in de weg staat. In de FML is geen beperking aangenomen op het maken van schroefbewegingen met rechts. [eiser] kan dus wel schroefbewegingen maken, mits daarbij geen extreme of veel kracht gezet hoeft te worden met de linker pols. Volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep is er incidenteel sprake van het maken van schroefbewegingen bij het hanteren van een schroevendraaier. Deze arbeidsdeskundige licht toe dat deze belasting binnen de mogelijkheden blijft. De rechtbank ziet geen aanknopingspunt om aan dit oordeel te twijfelen.
13. Met betrekking tot de beroepsgrond van [eiser] dat de geluidsbelasting zijn belastbaarheid overschrijdt, overweegt de rechtbank als volgt. In de functies komt geen signalering voor ten aanzien van geluidsbelasting. Dit betekent dat de geluidsbelasting in de functies niet wordt overschreden. Het Uwv heeft ook toegelicht dat in de functies geen sprake is van harde geluiden en/of geluidsbelasting boven de 80 dB. Naar het oordeel van de rechtbank is dit voldoende gemotiveerd.
14. Volgens de rechtbank is terecht opleidingsniveau 3 aangenomen. Opleidingsniveau 3 is op VMBO/MBO niveau. Niet in geschil is dat [eiser] na het basis- en middelbaaronderwijs een opleiding heeft gedaan. [eiser] is dus geschikt voor functies op opleidingsniveau 3. Bovendien volgt uit het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 31 augustus 2020 dat de functies die zijn geduid op opleidingsniveau 1 en 2 zijn. Voor opleidingsniveau 1 is enkele jaren basisonderwijs vereist. Voor opleidingsniveau 2 is een getuigschrift basisonderwijs vereist en eventueel meerdere jaren vervolgopleiding zonder diploma. [eiser] voldoet dus aan deze vereisten.
15. In het rapport van 29 januari 2020 van de arbeidsdeskundige staat dat [eiser] matig Nederlands en slecht Engels spreekt. De arbeidsdeskundige heeft hier rekening mee gehouden tijdens het selecteren van de functies. Voor de geduide functies is beheersing van de Nederlandse taal op eenvoudig niveau vereist. Met betrekking tot de Engelse taal gaat het in deze functies om de basisvaardigheden begrijpen en lezen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft nog toegelicht dat ten aanzien van de functie medior soldering operator het gaat om terminologie die in het dagelijkse werk wordt gebruikt. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit niet dat het taalniveau in de weg staat aan het vervullen van de functies.
16. Aan het einde van de zitting heeft [eiser] een beroepsgrond over de terugvordering van het voorschot aangevoerd. De rechtbank laat deze grond niet toe in het geding wegens strijd met de goede procesorde en overweegt hiertoe als volgt. [eiser] heeft deze grond in bezwaar aangevoerd. In het bestreden besluit heeft het Uwv hierop gereageerd. [eiser] heeft deze grond niet eerder naar voren gebracht in de beroepsprocedure. Naar het oordeel van de rechtbank had [eiser] deze grond wel eerder naar voren kunnen brengen.
17. Het Uwv heeft op goede gronden de aanvraag van [eiser] om een WIA-uitkering afgewezen. Het beroep is ongegrond.
18. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het door [eiser] betaalde griffierecht bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Vijn, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier De rechter is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op: