Op 2 juni 2021 werd verdachte in Amsterdam aangehouden nadat hij met hoge snelheid was weggereden bij een politieachtervolging. Tijdens zijn vlucht liet hij een automatisch vuurwapen vallen dat geladen was met munitie. Verdachte bekende het bezit van het wapen, maar werd vrijgesproken van medeplegen omdat niet kon worden vastgesteld dat hij het wapen samen met anderen bezat.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte een automatisch omgebouwd vuurwapen van het merk Glock met bijbehorende munitie bij zich had. Het bezit van dit wapen vormt een ernstige bedreiging voor de samenleving en werd als bijzonder ernstig beoordeeld omdat het wapen geladen en direct binnen handbereik was.
De officier van justitie eiste 13 maanden gevangenisstraf, maar de rechtbank legde een hogere straf op van 20 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Dit vanwege de ernst van het feit, het negatieve sociale netwerk van verdachte en het feit dat verdachte kort na een eerdere detentie opnieuw een strafbaar feit pleegde. De rechtbank nam ook het reclasseringsrapport mee waarin werd geconstateerd dat begeleiding niet mogelijk was vanwege het veiligheidsrisico.
Verdachte gaf tijdens de zitting aan zijn leven te willen beteren en zich te willen richten op opleiding en werk. De rechtbank legde daarom een deels voorwaardelijke straf op als stok achter de deur, met de mogelijkheid tot tenuitvoerlegging bij recidive.