Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
de beslissing is niet persoonlijk aan de betrokkene betekend, maar
4.Strafbaarheid
informaticacriminaliteit’. Gelet echter op de wijze waarop de (poging) informaticabedrog in het EAB is omschreven, is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een evidente tegenstrijdigheid met hetgeen onder ‘
informaticacriminaliteit’ moet worden verstaan, zodat de uitvaardigende justitiële autoriteit niet in redelijkheid tot dat oordeel heeft kunnen komen.
6.Toepasselijke wetsbepalingen
7.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan het Parket van de Procureur des Konings te Brussel (België).