De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot overlevering van een opgeëiste persoon aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 13 april 2021. De zaak kende meerdere zittingen, waaronder videoverhoren van de opgeëiste persoon en tussentijdse aanhoudingen van de procedure voor het opvragen van aanvullende informatie over detentieomstandigheden in België.
De verdediging voerde aan dat er een reëel gevaar bestaat op onmenselijke of vernederende behandeling in Belgische gevangenissen, gebaseerd op eerdere uitspraken en rapporten van het Europees Comité voor de Preventie van Foltering (CPT). De Belgische autoriteiten gaven echter een individuele garantie dat de opgeëiste persoon in een cel van minimaal 9 m² met eigen sanitaire voorzieningen in de gevangenis van Gent zal worden geplaatst, wat volgens de rechtbank voldoende zekerheid biedt.
De rechtbank oordeelde dat de verstrekte garantie het algemene reële gevaar voor onmenselijke behandeling in de detentie-instelling van Gent wegneemt. Het ontbreken van een recent CPT-rapport dat door de verdediging werd aangehaald, maar niet is overgelegd, deed hieraan niet af. De rechtbank wees het verzoek tot aanhouding van de procedure af en stond de overlevering toe.
De beslissing is gebaseerd op de artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet, waarbij is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De overlevering wordt daarmee toegestaan.