Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding en tenlastelegging
Gebleken is dat er zich in een manege van [manege] , gevestigd te [adres] vermoedelijk een, in aanbouw of gereed zijnde, cocaïne wasserij c.q. drugslaboratorium bevindt.”
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
- cocaïne base in groene tonnen, ongeveer 106 kilo;
- in de zuiveringsruimte honderden liters vloeistoffen met restanten cocaïne;
- cocaïne base in steenkoolachtig/teerachtig materiaal;
- cocaïne poeder op de droogtafel, in persmallen en in zakjes.
- de gezamenlijke uitvoering van het productieproces, waarbij nauw en bewust werd samengewerkt;
- de duur en intensiteit van de samenwerking;
- de rol in de voorbereiding en het belang van de rol van iedere verdachte;
- het bijeenkomen en het in groepjes afreizen naar Nijeveen;
- de constante aanwezigheid in het laboratorium;
- het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
- in de stal-generator een industrieel aggregaat; een betonmolen, gebruikt en vervuild met restanten zwarte substantie;
- in de container buiten een branderbak en 7 gasbranders;
- in de gang van de productieruimte een witte kunststofbak met 60 liter ethylacetaat; een witte vervuilde speciekuip; 36 gebruikte en vervuilde lege groene kunststofbakken; een vloeistofpomp met slang verbonden aan koeling-verwarming Z-1, 7 lege gasflessen;
- in de zuiveringsruimte een destillatieopstelling in opbouw met een reactieketel met koel/verwarmingsmantel en inwendige spiralen; een RVS filtreerketel met aan de bovenzijde vultrechter met zichtbaar zwart residu; 2 gestapelde groene tonnen met deksel, inhouden 21 transparante zakken met ruim 106,76 kg cocaïnepasta; 20 kunststofbakken met vervuilde neutrale of lichtzure ethylacetaat; kunststofbak met heldere neutrale vloeistof, bevattende cocaïne in zure waterige vloeistof;
- in de luchtzuiveringsruimte 13 IBC’s, in elke IBC 750 liter vloeistof met dennengeur;
- in de opslagruimte een compressor; 4 metalen dopvaten met opschrift n-hexane; 5 lege propaan flessen; 2 RVS ketels met zichtbare brandersporen. 1 van de ketels had 2 elektrische verwarmingsspiralen en was aangesloten op een vloeistofpomp; 95 zakken met kalk, natrium bisulfiet, natrium calcium chloride en caustic soda (totaal 1.632,5 kg); ruim 200 jerrycans met ethylacetaat, MEK en zwavelzuur; diverse opschriften o.a. PVC resin Shintech Houston Texas. Met in de bodem restanten van een steenkool-achtig materiaal aan elkaar geplakt met een teerachtig materiaal, bevattende cocaïnebase;
- in de extractieruimte 2 gestapelde groene kunststof bakken met daarin diverse gebruikte en vervuilde maatbekers; 5 Betonmolens, gebruikt en vervuild met restanten zwarte substantie. Onder 3 betonmolens vervuilde witte kunststof bakken met restanten zwarte substantie; 2 sterk vervuilde koolstoffilters, zwart van kleur, aangesloten op luchtafzuiging; houten frame met daaraan 4 verwarmingsspiralen, gevuld met thermische olie;
- in de droogruimte een tafel met daarop onder andere 2 RVS persmallen, vervuild met restanten wit poeder, bevat cocaïne; hydraulische pers; 3 IBC’s, met in elke IBC 700 liter waterige vloeistof met dennengeur. In de voorste IBC werden 2 boterhamzakjes aangetroffen met 1000 gram fijn wit poeder, bevattende cocaïne HCL; droogtafel, afgedekt met filtreerpapier met restanten wit poeder, bevattende cocaïne; zak met 160 gram netto fijn wit poeder en een lepel, bevattende voornamelijk cocaïne HCI; seal machine, gebruikt en vervuild.
Morgen moeten ze draaien”. En ten slotte zijn er de verklaringen van de (mede)verdachten zelf, die verklaren over het overgieten van vloeistof, het gebruik van betonmolens, het wassen van steenkool en de hitte. Zo verklaart [naam 6] op 3 september 2020: “
Er kwam een grote wagen. Daar zaten grote zakken met steenkool en met vloeistoffen in. Toen dacht ik: dit is een laboratorium. Ik begreep wel, door het zien van die vloeistoffen en die steenkool, dat ze een soort drugs wilden gaan maken. Dat zei ook de chef die daar in dat laboratorium rondliep. Mijn taak in het laboratorium was dat ik water moest verwarmen op een soort stoof, een soort kachel. Dat had met dat steenkool te maken. Ik moest helpen dat steenkool in dat water te wassen. Dat water dat daar afkomstig van was, moest in vaten.”
- de verdachten hebben, ieder voor zich, verklaard dat zij naar Nederland zijn gekomen om werkzaamheden in de bouw te gaan verrichten. [naam 7] en [naam 8] waren al in Nederland. Sommige verdachten zijn direct naar de manege in Nijeveen gebracht en sommige hebben eerst enkele weken gewacht in een soort hotel in Tilburg. De reis naar de manege was veelal met meerdere personen in een auto, waarna de reis vanaf een parkeerplaats in een geblindeerde bus werd vervolgd naar de manege. In het laboratorium golden restricties, wat onder meer inhield dat de slaapplaatsen werden toegewezen, dat telefoons moesten worden ingeleverd en dat het niet was toegestaan om naar buiten te gaan;
- door verdachten is verklaard dat zij de plastic containers en vaten met vloeistoffen hebben gezien in het laboratorium. Zij moesten, in opdracht van meerdere personen waaronder een Colombiaanse man, verschillende werkzaamheden verrichten met deze vloeistoffen;
- door verdachten is verklaard dat er grote zakken met steenkool werden gebracht. Zij moesten hoeveelheden water verwarmen en vervolgens dat warme water en steenkool mengen in een betonmolen. Nadat de steenkool met het warme water was gewassen, moesten de steenkool en het mengsel van water worden opgevangen in aparte vaten of containers;
- door verdachten is verklaard dat zij na het zien van onder meer de steenkool en de vloeistoffen vermoedden dat zij in een laboratoriumachtige omgeving terecht waren gekomen, een omgeving met drugs, een plek waar illegale activiteiten plaatsvonden;
- de verdachte [naam 3] heeft verklaard dat hij in de maand mei naar het laboratorium is gebracht en dat de andere verdachten later zijn gekomen. Hij is begonnen met de installatie van de elektriciteit, ventilatie, keuken en onderhoud van de douches en toiletten en werd daarbij geholpen door verdachte [naam 2] ;
- door verdachten is verklaard, onder meer na het tonen van foto’s van de verdachten, dat alle verdachten daar waren en werkzaamheden hebben verricht in het laboratorium;
- door verdachten is verklaard dat verdachte [naam 9] voornamelijk in de keuken aanwezig was. Hij zorgde voor het eten in het laboratorium;
- door enkele verdachten is verklaard dat verdachte een andere, verantwoordelijke rol had. Hij hield de verdachten in het laboratorium in de gaten en hij hield zich bezig met de elektriciteit en de ventilatie.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
30 maanden.