ECLI:NL:RBAMS:2021:4570

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 augustus 2021
Publicatiedatum
30 augustus 2021
Zaaknummer
AWB - 21_ 3546
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:1 AwbArt. 1:3 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verzoek proces-verbaal door Centrale Raad van Beroep

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar verzoek om een proces-verbaal van zittingen bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB).

De rechtbank stelt vast dat de CRvB geen bestuursorgaan is volgens artikel 1:1, tweede lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar een rechtscollege. De beslissing van de CRvB om geen proces-verbaal te verstrekken kwalificeert daarom niet als een besluit in de zin van de Awb.

Omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep, waaronder het ontbreken van een bestuursorgaan en besluit, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld bij dezelfde rechtbank, waarbij de indiener kan verzoeken om gehoord te worden.

De rechtbank baseert haar oordeel op de relevante wetsartikelen uit de Awb en eerdere jurisprudentie van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de Centrale Raad van Beroep geen bestuursorgaan is en de beslissing geen besluit vormt.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/3546

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

en

de Centrale Raad van Beroep, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 29 juni 2021, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar.
Verweerder heeft geen stukken ingediend, omdat aan deze zaak geen stukken ten grondslag liggen.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Eiseres heeft met de brief van 4 juni aan verweerder een proces-verbaal van een tweetal zittingen verzocht. Verweerder heeft hierop gereageerd met de brief van 16 juni 2021. Verweerder heeft in deze brief aangegeven dat de aantekeningen van de zitting voor intern gebruik zijn en uitsluitend als proces-verbaal worden opgetekend als daaraan een aantoonbaar belang ten grondslag ligt. Volgens verweerder is geen aantoonbaar belang gebleken.
3. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [1] Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [2]
4. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. [3] De rechtbank stelt vast dat verweerder geen bestuursorgaan is in de zin van 1:1, tweede lid en onder c, van de Awb, maar een rechtscollege [4] . De beslissing van verweerder om geen proces-verbaal te verstrekken kan daarom niet als besluit worden aangemerkt.
7. Gelet hierop moet naar het oordeel van de rechtbank worden geconcludeerd dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep, zoals genoemd in artikel 6:12, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht.
8. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L.A.T. Doll, rechter, in aanwezigheid van
mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
2.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb
3.Artikel 1:3, eerste lid van de Awb
4.Zie hiervoor bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van State van 27 juni 2018,