Uitspraak
1.De procedure
- het verzoek van de vrouw, ingekomen op 11 september 2020;
- het aanvullend verzoek (wijziging/vermeerdering) van de vrouw, inkomen op 26 november 2020;
- het verweerschrift van de man, ingekomen op 27 november 2020;
- de brieven met bijlagen van de vrouw van 23 juni 2021;
- de akte aanvullende zelfstandige (tegen)verzoeken tevens houdende akte indienen nadere producties, ingekomen op 25 juni 2021;
- de brief met bijlage van de vrouw van 28 juni 2021;
- het incidenteel verzoek van de vrouw van 28 juni 2021;
- de brief met bijlagen van de vrouw van 30 juni 2021;
- aanvulling op incidenteel verzoek van de vrouw, ingekomen op 1 juli 2021 tevens partieel verweerschrift tegen de tegenverzoeken van 25 juni 2021;
- de brief van de man van 1 juli 2021;
- de brief met bijlage van de vrouw van 1 juli 2021;
- de brief met bijlage van de vrouw van 2 juli 2021;
- het verweerschrift van de man op incidentele verzoek tevens verweer op ingediende stukken, ingekomen op 5 juli 2021.
2.De feiten
- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,
- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2006;
- [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2007;
- [minderjarige 4], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2010.
3.Het verzoek, het verweer en het zelfstandig verzoek
- de man te veroordelen op de voet van artikel 431 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) tot hetgeen in de Israëlische uitspraak d.d. 13 januari 2020 is bepaald;
- de man te veroordelen aan de vrouw een gebruiksvergoeding met betrekking tot de (voormalig) echtelijke woning aan [adres] te bepalen, groot € 1.500,- per maand met ingang van 5 januari 2017, althans met ingang van een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen datum totdat de man uit de echtelijke woning is vertrokken of deze heeft overgenomen;
- de man te veroordelen over te gaan tot deponering ter griffie van de in het lichaam van haar processtuk d.d. 28 juni 2021 aangeduide bescheiden, dan wel kopieën daarvan, althans in ieder geval, dat de rechtbank in goede justitie de wijze van inzage of afschrift zal bepalen, dit alles binnen vijf dagen na betekening van de beschikking,