Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het huwelijk van partijen werd in 2012 ontbonden. De man en vrouw zijn ouders van twee kinderen, waarbij de vrouw het gezag uitoefent en de kinderen bij haar verblijven. Een Marokkaanse rechtbank legde de man een alimentatieverplichting op voor de kinderen. De man verzocht in Nederland om wijziging van dit vonnis, maar dit verzoek werd door de rechtbank afgewezen.
In hoger beroep betoogde de man dat het Marokkaanse vonnis niet erkend zou moeten worden en verzocht hij om een eerste vaststelling van kinderalimentatie. De vrouw verzocht de man niet-ontvankelijk te verklaren. Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat het Marokkaanse vonnis erkend kan worden op grond van internationale criteria zoals gesteld in de Gazprom-uitspraak.
Het hof overwoog dat de Marokkaanse rechter bevoegd was, de procedure behoorlijk was verlopen, geen strijd met de Nederlandse openbare orde bestond en geen onverenigbaarheid met eerdere beslissingen aanwezig was. Omdat het Marokkaanse vonnis reeds voorziet in kinderalimentatie, is er geen ruimte voor een nieuwe vaststelling. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en wees het verzoek van de man af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de weigering tot wijziging van het Marokkaanse vonnis inzake kinderalimentatie.