Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
[verzoekster] , h.o.d.n. [handelsnaam] ,
[verweerster] ,
[verweerster] ,
[verzoekster] , h.o.d.n. [handelsnaam] ,
VERLOOP VAN DE PROCEDURES
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten in beide verzoeken
Geschil
9207641 EA VERZ 21-318
Beoordeling
EA VERZ 21-303 en EA VERZ 21-318
8 maart 2021, zij het onregelmatig. Dit betekent dat [verzoekster] een vergoeding voor onregelmatige opzegging van € 5.054,08 bruto is verschuldigd. Ook wordt ingevolge artikel 7:681 BW Pro aan [verweerster] een billijke vergoeding toegekend. Nu [verzoekster] de arbeidsovereenkomst onregelmatig en terwijl [verweerster] zich ziek had gemeld heeft opgezegd, wordt een billijke vergoeding toegekend ter hoogte van één maand salaris. Hoewel [verzoekster] ernstig valt te verwijten hoe zij heeft gehandeld, is het gelet op de zeer korte termijn dat de arbeidsovereenkomst heeft bestaan niet redelijk [verzoekster] , naast de onregelmatigheidsvergoeding, te veroordelen tot een hogere billijke vergoeding. Daarbij is voorts in aanmerking genomen dat [verweerster] jong is en niet heeft betwist dat voldoende vraag bestaat naar haar functie, zodat ervan uitgegaan wordt, zoals zij ook zelf ter zitting heeft verklaard, dat zij binnen korte tijd tegen eenzelfde soort salaris werk bij een ander werkgever zal kunnen vinden. Tot slot is een transitievergoeding verschuldigd over de periode 1 tot 8 maart 2021.