Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Circuit Court in Katowice, V Penal Division
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
- Judgment of the Katowice-Zachód District Court in Katowicevan 21 januari 2015, onherroepelijk geworden op 29 januari 2015, referentienummer: III K 507/12 (hierna:
vonnis I); - Judgment of the District Court in Kaliszvan 16 oktober 2018, onherroepelijk geworden op 24 oktober 2018, referentienummer II K 550/18
(hierna:
vonnis II).
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
preparatory proceedingsop 24 december 2017 zijn adres aan de Poolse autoriteiten moeten verstrekken en hem is meegedeeld wat, in het kader van de procedure, de juridische gevolgen zouden zijn als hij van adres zou wisselen zonder de autoriteiten hiervan op de hoogte te stellen. Hij heeft er echter voor gekozen om niet deel te nemen aan de procedure en daarmee stilzwijgend afstand gedaan van zijn recht om in persoon ter zitting te verschijnen. Dat betekent dat de rechtbank kan afzien van de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro. De officier van justitie verwijst in dit verband naar vergelijkbare zaken waarin de rechtbank Amsterdam op 15 april 2021 [2] en 18 juni 2021 [3] uitspraak heeft gedaan.
5.Strafbaarheid
6.Artikel 11; detentieomstandigheden in Polen
hierna: Handvest). De opgeëiste persoon heeft gesteld dat hij in 2009 samen met oud-werknemers een melding heeft gedaan bij de politie inzake een misbruikschandaal met jonge vrouwen waar personen betrokken zouden zijn met hoge posities in Polen. De opgeëiste persoon is naar aanleiding van zijn verklaring opgepakt en heeft negen maanden doorgebracht in detentie in Polen. Enkele personen die ook verklaard hadden in de bovengenoemde zaak zouden toen op onverklaarbare wijze zijn overleden in of buiten gevangenissen in Polen. De opgeëiste persoon zat eerder in Polen gedetineerd en gaf aan dat er toen al sprake was van onmenselijke of vernederende behandelingen tegen de groep die aangifte had gedaan. De opgeëiste persoon vreest dat de Poolse autoriteiten hem geen bescherming kunnen bieden tegen eventueel geweld in detentie. De opgeëiste persoon heeft gesteld dat hij zich ernstige zorgen maakt over de detentieomstandigheden in Polen en dat hij bang is als gevolg daarvan in een Poolse gevangenis te overlijden.
7.Slotsom
8.Toepasselijke wetsbepalingen
9.Beslissing
[naam opgeëiste persoon]aan
the Circuit Court in Katowice, V Penal Division(Polen).