De werknemer was sinds 1 juli 2019 werkzaam bij een Surinaams afhaalrestaurant en was vanaf april 2020 ziek gemeld. Tijdens zijn ziekteperiode verscheen hij niet op werk en bij een geplande Zoommeeting. De werkgever waarschuwde de werknemer herhaaldelijk voor werkweigering en dreigde met ontslag op staande voet, dat uiteindelijk op 26 januari 2021 werd gegeven.
De werknemer protesteerde tegen het ontslag met een verklaring van ziekenhuisopname in Suriname, maar de werkgever stelde dat deze verklaring vals was en dat de werknemer zich actief in het uitgaansleven begaf. De werknemer trok later zijn verzoekschrift in en verscheen niet op de zitting.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer een bij voorbaat kansloze procedure was gestart met het gebruik van een valse verklaring en handelde in strijd met de waarheidsplicht. Daarom werden de proceskosten van de werkgever aan hem toegewezen. Het ontslag op staande voet werd vernietigd en de werknemer werd veroordeeld tot betaling van de gemaakte proceskosten.