Eiser, geboren in 1992, vroeg op 27 augustus 2019 een Wajong-uitkering aan wegens psychische klachten die zijn arbeidsvermogen zouden beperken. Het UWV wees de aanvraag op 23 juli 2020 af, omdat het arbeidsvermogen niet duurzaam ontbrak. Het bezwaar van eiser werd op 9 maart 2021 ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Amsterdam.
De rechtbank overwoog dat het UWV het beoordelingskader uit het Compendium Participatiewet correct heeft toegepast. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat er nog mogelijkheden tot behandeling en begeleiding zijn, waardoor verbetering van het arbeidsvermogen mogelijk is. Eiser stelde dat de hoorplicht was geschonden, maar de rechtbank oordeelde dat het UWV hem voldoende gelegenheid tot horen had geboden.
Gezien de concrete en deugdelijke motivering van het UWV en de medische rapporten, oordeelde de rechtbank dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is. Daarom komt eiser niet in aanmerking voor een Wajong-uitkering. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.