ECLI:NL:CRVB:2019:1348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag arbeidsongeschiktheidsuitkering Wajong wegens ontbreken medische gegevens op 17-18-jarige leeftijd
Appellant, geboren in 1966, vroeg een beoordeling van zijn arbeidsvermogen op grond van de Wajong 2015 aan, welke door het UWV werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat hij jonggehandicapt was op 17-18-jarige leeftijd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en dat het ontbreken van medische gegevens voor risico van appellant kwam.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische problematiek, waaronder chronische PTSS, al op jonge leeftijd bestond en verwees naar verklaringen van zijn huisarts en GZ-psycholoog, alsmede naar vrijstelling van sollicitatieplicht en dienstplicht. De Raad oordeelde echter dat deze informatie onvoldoende aanknopingspunten bood om beperkingen op 17-18-jarige leeftijd vast te stellen.
De Raad bevestigde dat de beoordeling van de aanspraak op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) moet plaatsvinden, gezien de geboortejaar van appellant, en dat bij een laattijdige aanvraag de bewijslast bij de aanvrager ligt. Omdat appellant geen medische informatie kon overleggen die het functioneren op 17-18-jarige leeftijd duidelijk maakt, werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd wegens onvoldoende medische gegevens over arbeidsongeschiktheid op 17-18-jarige leeftijd.