Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser (hierna: [eiser] )
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Amsterdam
Eiser, voormalig depotmedewerker, viel op 14 mei 2018 wegens ziekte uit en vroeg na de wachttijd van 104 weken een WIA-uitkering aan. Het UWV liet hem onderzoeken door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, die concludeerden dat eiser 49,74% arbeidsongeschikt is en een loongerelateerde WGA-uitkering toekenden.
Eiser maakte bezwaar tegen deze beoordeling, waarna het UWV een hernieuwd onderzoek liet uitvoeren door een andere verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Ook deze concludeerden hetzelfde arbeidsongeschiktheidspercentage. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ondanks dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep slechts telefonisch contact had met eiser. De rechtbank vond de medische en arbeidskundige rapporten inzichtelijk en onderbouwd, en achtte het subjectieve oordeel van eiser onvoldoende om het percentage te verhogen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot 49,74% arbeidsongeschiktheid blijft in stand.