Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek op de zitting
mr. C.J. Cnossen en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. Z. Nahar, naar voren hebben gebracht.
Rechtbank Amsterdam
In deze strafzaak stonden twee mannen terecht voor zware mishandeling en openlijke geweldpleging in vereniging tegen een vriend op de Nassaukade in december 2015. De officier van justitie beschuldigde hen van het gezamenlijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, maar kon niet aantonen dat er sprake was van nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten.
Tijdens de zitting verklaarden de verdachten dat zij het slachtoffer niet opzettelijk hadden geslagen of in het water hadden geduwd, en ontkenden het gebruik van een kapotte fles. Het slachtoffer had wisselende verklaringen afgelegd over de volgorde en locatie van de gebeurtenissen, wat de betrouwbaarheid van zijn verklaring ondermijnde. Ook ontbraken objectieve bewijzen zoals sporen op de plaats delict.
De rechtbank oordeelde dat het niet bewezen kon worden dat het letsel van het slachtoffer door toedoen van de verdachten was ontstaan. Daarnaast was er geen sprake van een nauwe samenwerking bij het plegen van geweld. Ook het verweer van noodweer werd verworpen. Daarom sprak de rechtbank de verdachten vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachten zijn vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs voor zware mishandeling en openlijke geweldpleging.