Op 17 november 2017 vond een vechtpartij plaats tussen twee groepen in Amsterdam waarbij ernstig letsel werd toegebracht aan een van de benadeelden. Verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging en mishandeling met zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank stelde vast dat alleen verdachte geweld heeft gebruikt en dat er geen sprake was van geweld in vereniging, waardoor de tenlastelegging openlijke geweldpleging niet bewezen kon worden.
Uit camerabeelden en getuigenverklaringen bleek dat verdachte één klap heeft uitgedeeld die leidde tot het bewusteloos raken en zwaar letsel van een benadeelde. Verdachte voerde een beroep op noodweer aan, omdat hij handelde ter verdediging van zichzelf en zijn vrienden tegen agressie van de andere groep. De rechtbank oordeelde dat dit beroep geslaagd was, ondanks de ernst van het letsel.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en verklaarde de vorderingen van de benadeelden niet-ontvankelijk. De vrijspraak is gebaseerd op het ontbreken van wederrechtelijkheid door het geslaagde noodweerberoep en het feit dat het geweld niet in vereniging was gepleegd.